Naar inhoud

De hemel in België, lente, begin van de avond

De mens heeft altijd al sterren verbonden tot denkbeeldige figuren aan de hemel. We noemen ze sterrenbeelden. Er bestaan er achtentachtig van. Terwijl de Aarde in een jaar rond de Zon draait, zien we doorheen de seizoenen de sterrenhemel veranderen. Ook met het verstrijken van de uren zien we de hemellichamen voor onze ogen voorbijtrekken. Hier is het echter de rotatiebeweging van de Aarde die de oorzaak is.  Tijdens de nacht lijken de sterrenbeelden zich van oost naar west te bewegen.
In de buurt van steden is de lichtvervuiling zo sterk dat we enkel de helderste sterren kunnen waarnemen. De Grote Beer lijkt een beetje op een steelpan. Je kan hem zonder problemen terugvinden omdat hij zo groot en helder is. Ver van de lichtvervuiling kunnen we tot 3000 sterren met het blote oog waarnemen. Volgen we het handvat van de pan, dan komen we bij een van de helderste lentesterren: Arcturus, de hoeder van de beren. Deze ster maakt deel uit van het sterrenbeeld Boötes. Dit is de landarbeider die de zeven ossen leidt die de kar trekken. Hij wordt hierbij bijgestaan door zijn twee jachthonden; Chara en Asterion. De ossen zijn aan de poolas gebonden en draaien voor eeuwig met de andere sterren mee. Boven de steelpan vinden we de Kleine Beer waarvan de helderste ster de Poolster is. Zij staat steeds in het noorden. Verder door nog staat Cassiopeia, makkelijk te herkennen aan haar W-vorm.

Vanaf de W van Cassiopeia en verder via de sterrenbeelden van de Stier en de Leeuw zien we een heldere band die de hemel overspant. Het is de Melkweg. We kunnen hem zien op een donkere nacht en ver van de lichtvervuiling van de steden. Als we vanuit de rand van het melkwegstelsel waar zich de Aarde bevindt naar de hemel kijken kunnen we ofwel naar de inktzwarte ruimte kijken, die met slechts een 3000-tal met het blote oog zichtbare sterren bezaaid is, óf we kijken naar het centrum van het melkwegstelsel. Daar bevinden zich miljarden sterren, te veraf om afzonderlijk waargenomen te kunnen worden maar waarvan de gecombineerde lichtkracht deze prachtige melkachtige boog aan de hemel veroorzaakt.

Sommige sterrenbeelden zijn erg bekend, zoals die van de dierenriem. Zij vormen een band aan de Hemel waardoor de Zon vanop de Aarde gezien lijkt te bewegen. De Stier, eigenlijk een winter-sterrenbeeld, is bij het begin van de lente nog vroeg in de avond te zien.
De dierenriem vervolgt met de Tweelingen, Castor en Pollux. Pollux, de zoon van Zeus en dus onsterfelijk, was overmand door verdriet bij de dood van Castor. Hij ging bij zijn vader pleiten voor de resurrectie van zijn broer waarop Zeus hen beiden in sterrenbeelden en werden ze alle twee onsterfelijk.
De echtgenote van Zeus stuurde een krab om Hercules in de voet te bijten bij het bevechten van de Hydra. Omdat de krab faalde in het laten mislukken van dit tweede herculeswerk, strafte Hera haar door haar aan de  hemel te plaatsen zonder één schitterende ster. Ten westen van de Kreeft troont de Leeuw. Dit is een van de oudste en bekendste sterrenbeelden. De Babyloniërs, Hebreeën en Perzen zagen er al het dier met zijn wilde manen in.  Vervolgens vinden we het sterrenbeeld Maagd. Het is het tweede meest uitgestrekte sterrenbeeld aan onze hemel. In veel culturen wordt dit sterrenbeeld in verband gebracht met de graanteelt.

Soms kunnen we enkele planeten waarnemen. Zij bewegen quasi onopgemerkt tussen de andere lichtpuntjes van de hemelkoepel maar zwerven steeds tussen de sterrenbeelden van de dierenriem. Omdat ze dichterbij staan dan de sterren lijken ze heel erg helder. Bovendien twinkelen ze niet: het zijn stabiele, felle lichtpunten. Slechts vijf planeten kunnen met het blote oog worden waargenomen.: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. Net zoals de Aarde draaien ze allen rond de Zon. Zo bevinden ze zich niet steeds in ons gezichtsveld maar lijken ze ook tussen de sterren op te schuiven doorheen de weken.